De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 november 2022 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd vervolgd voor vier strafbare feiten: mishandeling van zijn moeder, verzet tegen een politieambtenaar, en twee vernielingen op een vakantiepark. De zaak betrof drie gevoegde parketnummers.
De rechtbank achtte de mishandeling bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer en getuigen. Ook het verzet tegen één politieambtenaar werd bewezen, terwijl verdachte voor het verzet tegen andere agenten werd vrijgesproken. De vernielingen van ruiten werden bewezen met getuigenverklaringen en eigen bekentenissen van verdachte. Het feit dat verdachte amfetamine bij zich had kon niet bewezen worden vanwege het ontbreken van een NFI-rapport.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de persoonlijke omstandigheden en het verzoek van de verdediging om een voorwaardelijke ISD-maatregel, een onvoorwaardelijke maatregel passend en noodzakelijk is. Dit vanwege het recidivegevaar, eerdere mislukte kansen, en het advies van de reclassering. De maatregel duurt twee jaar en de voorlopige hechtenis wordt niet in mindering gebracht.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het bezit van amfetamine en van overige niet bewezen feiten. De strafbaarheid van de bewezen feiten werd bevestigd en verdachte werd geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaren.