Eiser, een 83-jarige man met mobiliteitsbeperkingen en incontinentieproblemen, vroeg het college om een woningaanpassing voor een sanitaire voorziening op de eerste verdieping. Het college wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende meewerkte en er geen medische noodzaak zou zijn, en verwees naar het verhuisprimaat. Tijdens de bezwaar- en beroepsprocedure werd het besluit herhaaldelijk herzien en ingetrokken, maar bleef de afwijzing gehandhaafd.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de praktische gevolgen van de incontinentieproblematiek in combinatie met de mobiliteitsbeperkingen, met name de noodzaak om 's nachts de trap naar de tweede verdieping te gebruiken voor verschoning. Het college had onvoldoende gekeken naar de frequentie en zwaarte van deze situatie.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en beval het college binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een adequaat onderzoek. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.