ECLI:NL:RBZWB:2022:6572
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op bezwaar toeslagen
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS) over 2009 en 2011. De Belastingdienst heeft niet binnen de wettelijke termijn van twaalf weken beslist op dit bezwaar, waardoor eiseres een ingebrekestelling heeft gestuurd. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen vijf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank stelt de hoogte van de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,-, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling.
De rechtbank wijst het verzoek van de Belastingdienst af om de termijn te verlengen met de periode waarin de herbeoordeling niet kan plaatsvinden door toedoen van eiseres. Ook wordt geoordeeld dat er voor deze zaak een afzonderlijke dwangsom geldt, omdat deze inhoudelijk niet samenhangt met andere zaken over andere regelingen.
Tot slot wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank kwalificeert de zaak als licht en kent een proceskostenvergoeding toe van € 379,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen vijf weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.