Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel van overlevering tussen de lidstaten 2002/584/JBZ, hierna het Kaderbesluit. Verdachte is op 6 januari 2022 namelijk in België aangehouden na een achtervolging vanuit Nederland door de Nederlandse politie. Op 6 januari 2022 is door de rechter-commissaris een Europees aanhoudingsbevel (EAB) afgegeven voor het feitencomplex dat ziet op feit 1, de woningoverval en niet op de poging doodslag/zware mishandeling. In het EAB is enkel het vakje “Georganiseerde of gewapende diefstal” aangekruist en ook in het beschreven feitencomplex is de poging doodslag/zware mishandeling niet beschreven. Op basis van dat EAB heeft verdachte op 7 januari 2022 ingestemd met de vereenvoudigde procedure, heeft verdachte geen afstand gedaan van de bescherming van het specialiteitsbeginsel en heeft de Belgische procureur des Konings besloten tot tenuitvoerlegging van het EAB. Tevens is verdachte niet gehoord over een poging doodslag/zware mishandeling. Gelet op het bepaalde in artikel 27 lid 2 van Pro het Kaderbesluit kan verdachte nu niet worden vervolgd voor een feit waarvoor verdachte geen afstand heeft gedaan van het specialiteitsbeginsel en waarop de tenuitvoerlegging van het EAB door de Belgische autoriteiten niet is gebaseerd.
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.De benadeelde partij
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een jeugddetentie van 9 maanden;
plaatsingvan verdachte
in een inrichting voor jeugdigen;