ECLI:NL:RBZWB:2022:6799
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting en kostenvergoeding bezwaarfase
Belanghebbende parkeerde op 1 juli 2021 een auto zonder dat op dat moment de bewonersvergunning administratief was verwerkt, waardoor een naheffingsaanslag parkeerbelasting werd opgelegd. Belanghebbende maakte bezwaar en kreeg de naheffingsaanslag vernietigd, inclusief een kostenvergoeding voor de bezwaarfase.
De rechtbank oordeelt dat ten onrechte slechts één proceshandeling is toegekend voor de bezwaarfase en dat ook een punt voor de hoorzitting had moeten worden toegekend. De rechtbank stelt vast dat de toegepaste wegingsfactor "licht" (0,5) passend is gezien de aard en omvang van de zaak.
De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van een totale proceskostenvergoeding van € 893,50 en het griffierecht van € 49 aan belanghebbende. Tevens heeft belanghebbende recht op wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van € 893,50 aan proceskosten en het griffierecht van € 49.