ECLI:NL:RBZWB:2022:683
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht ondanks betalingsonmacht
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de bij beschikking vastgestelde waarde van een pand, maar was griffierecht verschuldigd. Ondanks meerdere verzoeken en brieven om het griffierecht te voldoen, en herhaalde beroepen op betalingsonmacht, is het griffierecht slechts gedeeltelijk voldaan.
De rechtbank heeft het beroep op betalingsonmacht onderzocht en vastgesteld dat belanghebbende noch de bestuurders of aandeelhouders aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet in staat waren het griffierecht te betalen. Een draagkrachtverklaring van het kantoor van de gemachtigde volstaat niet.
Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Tevens is het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen omdat de redelijke behandeltermijn niet is overschreden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht ondanks herhaald beroep op betalingsonmacht.