“De door u gestelde vragen worden als volgt beantwoord:
1.
Tot 2007 is door [adviesbureau] en [organisatie] milieukundig bodemonderzoek verricht, een saneringsplan opgesteld en op basis daarvan is bij de Provincie Noord-Brabant een beschikking bodemsanering aangevraagd. Deze beschikking is afgegeven en bijgevoegd als bijlage 1. Vervolgens is ook een bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan is door de Gemeente [gemeente] op 11 oktober 2007 vastgesteld
2.
In deze periode liep de bezwaarprocedure tegen het bestemmingsplan, waarin door de Raad van State op 14 oktober 2009 definitief uitspraak is gedaan (zie bijlage 2). In afwachting van de uitspraak van Raad van State vond nader overleg plaats met verschillende makelaars, aannemers, slopers, etc. over marktontwikkeling, planning en fasering.
3.
In 2010 zijn de grondgebonden woningen door architect [architect] en constructeur [constructeur] gereed gemaakt voor aanbesteding en is, na vaststelling door het College van B&W van het concept-uitwerkingsplan voor dit plandeel, op 28 oktober 2010 de omgevingsvergunning aangevraagd. Deze vergunning werd op 1 augustus 2011 verleend (zie bijlage 3).
4.
‘Plan 1’ ging - wat de voorziene grondgebonden woningen betreft - nog uit van tweekappers en geschakelde woningen (zie bijlage 4).
Voor ‘Plan 2’ is in 2010 omgevingsvergunning aangevraagd bestaande uit 29 stuks rijwoningen, pleinwoningen, tweekappers en patio's en met een andere ontsluiting dan eerder voorzien.
Na afronding van de bezwaarprocedure tegen de omgevingsvergunning is ‘Plan 2’ bij aanvang bouw in januari 2014 alsnog gewijzigd in ‘Plan 3’ (zie bijlage 5 en 6), waarbij de 4 opgenomen tweekappers vanwege de beperkte vraag uit de markt alsnog gewijzigd zijn in 6 rijwoningen.
‘Plan 3’ is in 2016 opgeleverd.
De resterende percelen aan het [straat] en noordzijde aan de [terrein] zijn vanwege bezwaarprocedures en fasering niet in ‘Plan 2/3’ meegenomen, maar zijn apart uitgewerkt en liggen op dit moment in procedure (zie bijlage 7 en 8)
Samenvattend:
Op basis van de u eerder verstrekte informatie en de beantwoording van deze vragen dient te worden geconcludeerd dat er sprake is van een doorlopende projectontwikkeling voor het perceel “ [terrein] ”. Door tal van omstandigheden is de oplevering vertraagd. Inmiddels is het terrein grotendeels ontwikkeld en opgeleverd. Er resteert, zoals u bekend, nog een perceel aan het [straat] en een perceel aan de noordzijde (de voormalige school).
Indien gewenst zijn wij graag bereid de volledige projectontwikkeling nader toe te lichten. Dit gesprek kan dan in [plaats 1] plaatsvinden waarbij ook de heer [X] van [bureau] aanwezig zal zijn. De Heer [X] is steeds betrokken geweest bij de ontwikkeling van het [terrein] (van planontwikkeling tot realisatie). Uiteraard kan dan ook het gerealiseerde plan op het [terrein] worden bezocht.”