ECLI:NL:RBZWB:2022:7019
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg op grond van Wlz wegens onvoldoende blijvende behoefte aan 24-uurs zorg
Eiser, geboren in 2005, heeft een autismespectrumstoornis, psychische stoornis en verstandelijke beperking met een fors disharmonisch intelligentieprofiel. Hij vroeg op 17 september 2020 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), maar het CIZ wees deze aanvraag op 3 november 2020 af. Na bezwaar handhaafde het CIZ het besluit op 20 april 2021, mede gebaseerd op het advies van een medisch adviseur die stelde dat de blijvende behoefte aan 24-uurs zorg niet kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van recente diagnostiek over adaptieve vermogens.
De rechtbank oordeelt dat het CIZ zich terecht baseerde op dit medisch advies. Hoewel eiser een grote zorgbehoefte heeft en zijn moeder dagelijks zorg verleent, is dit onvoldoende om een blijvende behoefte aan 24-uurs zorg te onderbouwen. Het ontbreken van actueel onderzoek naar zijn cognitieve beperkingen en adaptieve vermogens maakt het onmogelijk om vast te stellen dat hij blijvend 24-uurs zorg nodig heeft.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het terugvorderen van griffierecht en proceskostenvergoeding af. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wlz-zorgaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de blijvende behoefte aan 24-uurs zorg niet medisch objectief kan worden vastgesteld.