Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
2) het niet voldoen aan een ambtelijk bevel op 14 maart 2019 in Middelburg.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- H1. Verdachte heeft de door [slachtoffer 1] verklaarde seksuele handelingen met haar verricht, waarna zij ook nog gedoucht heeft, haar tanden heeft gepoetst en het toilet heeft bezocht.
- H2a. Verdachte heeft geen seksuele handelingen verricht met [slachtoffer 1] . Verdachte heeft zich afgedroogd met een handdoek waarop hij daarna heeft geëjaculeerd. Enkele minuten daarna heeft [slachtoffer 1] zichzelf na het douchen met dezelfde vochtige handdoek afgedroogd.
- H2b. Verdachte heeft geen seksuele handelingen verricht met [slachtoffer 1] . Verdachte heeft zich afgedroogd met een handdoek waarop hij daarna heeft geëjaculeerd. [slachtoffer 1] heeft zich na het douchen met haar eigen droge handdoek afgedroogd. Deze handdoek is daarvoor in contact geweest met de handdoek van de verdachte waarop hij enkele minuten daarvoor heeft geëjaculeerd.
- H2c. Verdachte heeft geen seksuele handelingen verricht met [slachtoffer 1] . Verdachte heeft zich afgedroogd met een handdoek waarop hij daarna heeft geëjaculeerd. Vervolgens heeft [slachtoffer 1] of haar moeder na het douchen via deze handdoek het sperma bij [slachtoffer 1] bewust aangebracht.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De voorlopige hechtenis
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 1 van parketnummer 02/062497-19 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 27 (zevenentwintig) maanden;