ECLI:NL:RBZWB:2022:7097
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto op 8 september 2021 zonder betaling van parkeerbelasting stil stond aan een daartoe aangewezen straat in Breda. Belanghebbende voerde aan dat hij slechts kort had stilgestaan om een laadpaal werkend te krijgen en dat het opleggen van de naheffingsaanslag niet in lijn was met de menselijke maat.
De rechtbank overweegt dat parkeerbelasting direct bij aanvang van het parkeren verschuldigd is en dat een parkeerder een redelijke tijd krijgt om de betaling te verrichten, mits de uitvoeringshandelingen onmiddellijk na het parkeren worden gestart en voortgezet. Het aansluiten van de auto aan de laadpaal kwalificeert niet als een dergelijke uitvoeringshandeling.
Daarnaast acht de rechtbank het standpunt van belanghebbende dat hij slechts kort heeft stilgestaan niet aannemelijk, mede op basis van foto’s die geen persoon bij de auto tonen en het feit dat een andere auto dezelfde laadpaal gebruikt. Daarom is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het griffierecht af en kent geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 16 december 2022.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.