Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie (de korpschef), verweerder
Procesverloop
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- gedraging (1) strijdig is met de wettelijke verplichting om zich te legitimeren;
- gedraging (2) strijdig is met de verplichting om het gemeentehuis te verlaten, waardoor eiser onrechtmatig in het gemeentehuis verbleef;
- gedraging (3) strijdig is met de verplichting om geen verzet te plegen tegen [verbalisant 1] en de gemeenteambtenaar in de uitoefening van hun (politie)taak tegenover de partner van eiser;
- gedraging (4) strijdig is met de verplichting gehoor te geven aan een bevel van de politie en geen verzet te plegen tegen [verbalisant 2] in de uitoefening van zijn politietaak.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij is gehandhaafd het besluit om aan eiser de straf van vermindering van het recht op een jaarlijkse vakantie met 32 uren op te leggen;
- bepaalt dat het bestreden besluit voor het overige in rechte stand houdt;
- herroept het besluit van 27 september 2021 voor zover daarin is beslist dat aan eiser de straf van vermindering van het recht op een jaarlijkse vakantie met 32 uren wordt opgelegd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de korpschef tot betaling van € 2.600,- aan proceskosten aan eiser.