ECLI:NL:RBZWB:2022:717
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting horecabedrijf zonder exploitatievergunning
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Breda om haar horecabedrijf per direct te sluiten wegens het exploiteren zonder exploitatievergunning, conform artikel 2.17 lid 2 van de APV Breda. De sluiting vond plaats op 22 november 2021 door verzegeling van het pand, waarbij de zegels later deels werden verwijderd. Verzoekster vroeg op 8 december 2021 een voorlopige voorziening om heropening te bewerkstelligen.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van het besluit. Hoewel verzoekster stelde dat haar primaire inkomsten afhankelijk zijn van de exploitatie, ontbrak het aan objectieve onderbouwing van een acute financiële noodsituatie. Daarnaast is het karakter van een voorlopige voorziening niet geschikt voor het toestaan van exploitatie zonder vergunning.
De rechter stelde dat zonder voldoende spoedeisend belang alleen een voorlopige voorziening kan worden toegekend indien het besluit evident onrechtmatig is. Dit was niet aannemelijk gemaakt. Gezien de belangenafweging en het feit dat het bedrijf al enige tijd gesloten is, werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot heropening van het horecabedrijf zonder exploitatievergunning wordt afgewezen.