ECLI:NL:RBZWB:2022:7181

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 november 2022
Publicatiedatum
30 november 2022
Zaaknummer
C/02/396677 / HA ZA 22-185
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openstelling tussentijds hoger beroep tegen tussenvonnis over daad van bekendheid

In deze handelsrechtelijke bodemzaak tussen Top Onion Sets B.V. en een onderneming naar Roemeens recht heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 30 november 2022 een vonnis gewezen over het verzoek tot openstelling van tussentijds hoger beroep.

De onderneming naar Roemeens recht had verzocht om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen het tussenvonnis van 21 september 2022, waarin de rechtbank voorshands oordeelde dat een telefoongesprek op 15 december 2020 een daad van bekendheid van de onderneming inhield. De onderneming wilde dit oordeel in hoger beroep laten toetsen voordat zij overging tot het leveren van tegenbewijs door het horen van getuigen, wat tijd en kosten met zich meebrengt.

De rechtbank overwoog dat openstelling van tussentijds hoger beroep in beginsel leidt tot vertraging, maar dat deze vertraging onder de gegeven omstandigheden niet onredelijk is. De rechtbank achtte het belang van de onderneming bij toetsing van de vraag of uit het telefoongesprek een daad van bekendheid kan worden afgeleid, en vond het om proceseconomische redenen wenselijk om deze vraag eerst te beantwoorden.

Daarom werd het tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis van 21 september 2022 toegestaan. De verdere procedure wordt aangehouden en de zaak wordt op 5 april 2023 naar de parkeerrol verwezen.

Uitkomst: De rechtbank staat tussentijds hoger beroep toe tegen het tussenvonnis en verwijst de zaak naar de parkeerrol.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht
Middelburg
zaaknummer / rolnummer: C/02/396677 / HA ZA 22-185
Vonnis in verzet van 30 november 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TOP ONION SETS B.V.,
gevestigd te 's-Gravenpolder,
eiseres,
gedaagde in het verzet,
advocaat mr. I.P. de Groot te Rotterdam
tegen
de onderneming naar Roemeens recht
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
eiseres in het verzet,
advocaat mr. T.J. Wittendorp te Maastricht-Airport.
Partijen worden hierna [gedaagde] en Top Onion genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 21 september 2022
  • de akte uitlaten tevens houdende verzoek openstellen tussentijds hoger beroep van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
[gedaagde] heeft de rechtbank verzocht tussentijds hoger beroep open te stellen van het tussenvonnis van 21 september 2022. Volgens [gedaagde] kan het voorshandse oordeel van de rechtbank dat aan het telefoongesprek op 15 december 2020 een daad van bekendheid van haar ten grondslag lag niet in stand blijven en is het wenselijk dat hieromtrent in hoger beroep uitspraak wordt gedaan voordat zij overgaat tot het leveren van tegenbewijs middels het horen van getuigen met alle tijdsverloop en kosten van dien.
2.2.
De rechtbank heeft Top Onion de gelegenheid gegeven om op het verzoek van [gedaagde] te reageren. Van die mogelijkheid heeft Top Onion geen gebruik gemaakt.
2.3.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 337 lid 2 Rv Pro kan van een tussenvonnis als het onderhavige slechts tegelijk met dat van het eindvonnis hoger beroep worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Bij de beoordeling dient te worden betrokken of het openstellen van hoger beroep leidt tot onredelijke vertraging van de procedure.
Het tussentijds openstellen van hoger beroep tegen het onderhavige tussenvonnis zal in dit stadium leiden tot vertraging van deze procedure. Onder de gegeven omstandigheden acht de rechtbank deze vertraging echter niet zodanig onredelijk, dat zij aan de toewijzing van het verzoek in de weg staat. Zij overweegt hiertoe dat [gedaagde] belang heeft bij toetsing van de vraag of uit het telefoongesprek tussen twee advocaten een daaraan voorafgaande daad van bekendheid van [gedaagde] kan worden afgeleid. Zij is met [gedaagde] van oordeel dat het om proceseconomische redenen wenselijk is om deze vraag eerst te beantwoorden alvorens over te gaan tot het horen van getuigen, met alle kosten en tijdsverloop van dien.
De rechtbank zal daarom tussentijds hoger beroep openstellen van haar tussenvonnis van 21 september 2022. Iedere verdere beslissing zal in afwachting van het hoger beroep worden aangehouden en de onderhavige procedure zal in afwachting van de uitkomsten van het hoger beroep naar de parkeerrol worden verwezen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat tegen het tussenvonnis van 21 september 2022 tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld;
3.2.
verwijst de zaak naar de parkeerrol van
5 april 2023;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2022. [1]

Voetnoten

1.aij