Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
-te stompen/slaan tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] en
-te stompen tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] , en welk door hem gepleegd enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
[slachtoffer 1]
stomerij € 17,95
huishoudelijke hulp/mantelzorg € 1.170,00
€ 196,00
ziekenhuis daggeld € 62,00
kosten zonder nut € 156,93
“Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.”
In artikel 361, tweede lid, onder b, Sv keert het criterium van rechtstreekse schade terug als voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering. Deze bepaling luidt:
“De benadeelde partij zal alleen ontvankelijk zijn in haar vordering indien:
De door de benadeelde gevorderde vergoeding van loonkosten acht de rechtbank gelet op het bovenstaande toewijsbaar tot een bedrag van € 6.950,90, zijnde de netto loonkosten over de periode eind mei 2021 tot en met december 2021, voor zover er sprake is van ziekteverzuim. Blijkens de loonstroken zijn er in mei 4 ziektedagen, in juni en juli telkens 22, in augustus 19,5, in september 14,9 en in oktober 6,6, in totaal 89 ziektedagen. De rechtbank gaat daarbij uit van een netto bedrag van € 78,10 per dag.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: