Uitspraak
1.De procedure
- de brief van [eiseres] van 17 oktober 2022, met producties A en B;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- lening huurbetalingen
€
808,66
5.De beslissing
30 november 2022.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiseres, moeder van gedaagde, betaling van €8.170,05 vermeerderd met wettelijke rente, incassokosten en proceskosten wegens meerdere geldleningen aan gedaagde. Gedaagde betwist het bestaan van de meeste leningen en stelt verjaring en gebrek aan afspraken over terugbetaling.
De rechtbank stelt vast dat slechts een lening van €2.500 en huurbetalingen van €808,66 voldoende zijn onderbouwd en erkend door gedaagde. De overige bedragen zijn onvoldoende bewezen als lening, omdat afspraken hierover ontbreken. De verjaringstermijn is niet verstreken omdat geen vaste terugbetalingstermijn was afgesproken en de vordering tijdig is gestuit.
Wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 17 oktober 2021, de datum na ingebrekestelling. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke aanmaningseisen. Proceskosten worden gecompenseerd. De vordering wordt tot een bedrag van €2.525,66 toegewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke afspraken en bewijs bij geldleningen tussen particulieren, ook binnen familieverbanden.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.525,66 plus wettelijke rente vanaf 17 oktober 2021, overige vorderingen worden afgewezen.