Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] blijkt dat er in de periode van 25 maart 2018 tot en met 14 april 2018 telefonisch contact is geweest met de broer van verdachte en met [naam 10] en [naam 11] die samen met verdachte in de politiesystemen voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat dit contacten zijn die bij verdachte horen en dat de telefoonnummers (en daarmee ook de telefoonnummers waarmee de afspraken met aangevers [naam 1], [naam 2] en [naam 3] zijn gemaakt) derhalve naar hem kunnen worden herleid. In de periode van 1 april 2018 tot juli 2018 heeft telefoonnummer [telefoonnummer 3], dat is gebruikt in het contact met aangevers [naam 16] en [naam 3], telefonisch contact gehad met de broer van verdachte, hetgeen nog een aanwijzing oplevert dat verdachte de gebruiker was van dit telefoonnummer.
[naam 15] en [naam 4] en [naam 5] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere (cross)motor(en), hebbende verdachte zich toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
€ 4.895,- aan materiële schade en € 994,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
Strafbaarheid
diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf
het bezit van het gestolene te verzekeren;
een gevangenisstraf van 8 maanden;