ECLI:NL:RBZWB:2022:7403
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag reclamebelasting 2021 wegens onvoldoende motivering en toekenning schadevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen reclamebelasting voor de jaren 2018, 2019 en 2021 opgelegd door de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland. De rechtbank beoordeelde de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar.
De aanslagen 2018 en 2019, respectievelijk € 863,50 en € 927, zijn opgelegd voor openbare aankondigingen van 0,33 m2 op het raam van het kantoor van belanghebbende. De rechtbank oordeelde dat de heffing binnen het centrumgebied van de gemeente terecht is, omdat de opbrengst wordt gebruikt voor investeringen in de openbare ruimte van dat gebied. Het bezwaar tegen deze aanslagen werd ongegrond verklaard.
Voor de aanslag 2021 van € 972 verklaarde de heffingsambtenaar de aanslag te zullen intrekken wegens onvoldoende motivering van de uitspraak op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze aanslag gegrond en vernietigde de aanslag en uitspraak op bezwaar.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor behandeling van de bezwaar- en beroepsfase was overschreden met ongeveer 26 maanden, wat een vergoeding van € 2.500 aan belanghebbende rechtvaardigt. Ook werd het griffierecht en een kleine proceskostenvergoeding toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: Aanslag reclamebelasting 2021 vernietigd, aanslagen 2018 en 2019 bevestigd, schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.