ECLI:NL:RBZWB:2022:7426
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vaststelling dwangsom bij niet tijdig beslissen over spoedvoorziening Wmo2015
Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom om huishoudelijke hulp en een spoedvoorziening op grond van de Wmo2015. Het college besloot op 18 januari 2021 geen dwangsom vast te stellen vanwege het niet tijdig beslissen over de spoedvoorziening. Eiseres maakte bezwaar, maar het college handhaafde het besluit.
De rechtbank beoordeelde of het verzoek om een spoedvoorziening als een aanvraag moet worden gezien, waarop artikel 4:17 van Pro de Awb (dwangsom bij niet tijdig beslissen) van toepassing is. Uit de Wmo2015 volgt dat een melding voorafgaat aan een aanvraag, en dat een spoedvoorziening onverwijld na een melding kan worden toegekend in afwachting van het onderzoek en de aanvraag.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek om een spoedvoorziening een melding is en geen aanvraag, zodat artikel 4:17 Awb Pro niet van toepassing is en het college terecht geen dwangsom heeft vastgesteld. Tevens oordeelde de rechtbank dat eiseres geen rechtsbescherming wordt onthouden, omdat zij na zes weken alsnog een aanvraag kan indienen en bezwaar kan maken tegen fictieve weigering.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; het college heeft terecht geweigerd een dwangsom vast te stellen.