ECLI:NL:RBZWB:2022:7442
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening daglooncorrectie WAO-uitkering door UWV
Eiser verzocht het UWV om herziening van een besluit uit 2002 waarin een correctie op zijn dagloon bij een WAO-uitkering was vastgesteld. Het UWV weigerde dit verzoek omdat er geen nieuwe of andere feiten waren die een herziening rechtvaardigden. Eiser stelde dat hij bij inzage in zijn dossier stukken had gevonden die aantonen dat het dagloon te laag was vastgesteld, maar deze stukken waren al bekend bij het UWV en maakten geen nieuwe feiten uit.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht had geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren, aangezien de stukken afkomstig waren uit het dossier van de rechtsvoorganger van het UWV en reeds waren betrokken bij het oorspronkelijke besluit. Ook kon met deze stukken niet worden geconcludeerd dat de dagloonberekening onjuist was.
Daarmee was het besluit van het UWV om niet terug te komen op het eerdere besluit zorgvuldig gemotiveerd en niet evident onredelijk. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, werd geen proceskostenvergoeding toegekend en het betaalde griffierecht niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV om geen herziening van het dagloon toe te staan wordt ongegrond verklaard.