Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Herhaalde aanvraag
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres had sinds 2001 een Wajong-uitkering, die in 2004 werd ingetrokken omdat zij volgens het UWV volledig arbeidsongeschikt was. Eiseres verzocht in 2020 om terug te komen op die intrekking, stellende dat haar beperkingen waren toegenomen door fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom. Het UWV wees dit verzoek af, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of het UWV terecht had geweigerd terug te komen op het besluit van 2004. De beoordeling richtte zich op de vraag of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden, en of er sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de intrekking (de Amber-termijn).
Medische rapportages van verzekeringsarts, reumatoloog, revalidatiearts en internist werden bestudeerd. De verzekeringsarts concludeerde dat er geen toename van beperkingen was binnen de relevante periode. De rechtbank volgde dit oordeel en oordeelde dat de medische stukken geen nieuwe of ernstiger situatie aantoonden die herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het UWV op goede gronden had geweigerd terug te komen op het eerdere besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV mag weigeren terug te komen op de intrekking van de Wajong-uitkering uit 2004.