ECLI:NL:RBZWB:2022:7507
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid bevestigd
Eiseres, werkzaam als verzorgende IG, viel in september 2017 uit wegens gezondheidsklachten. Na een eerdere afwijzing van een WIA-uitkering en een WW-uitkering, meldde zij zich per 18 augustus 2020 ziek bij het UWV. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe tot 4 mei 2021, waarna het deze beëindigde omdat zij geschikt werd geacht haar eigen arbeid te verrichten.
De rechtbank baseert haar oordeel op medische rapporten van verzekeringsartsen van het UWV, die concludeerden dat eiseres ondanks haar klachten en diagnoses zoals een lichte depressieve stoornis en mogelijke PTSS, geschikt is voor de eerder geduide functies. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen onvoldoende zijn meegewogen en overhandigde een expertise uit een WIA-procedure, maar deze betrof een andere datum en procedure en is daarom niet relevant voor de Ziektewettoets.
De rechtbank stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de geduide functies passend zijn. De eerdere WIA-procedure en het daarin benoemde onafhankelijke deskundigenrapport kunnen de huidige Ziektewetprocedure niet beïnvloeden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de uitkering per 4 mei 2021 terecht is beëindigd en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 4 mei 2021 wordt ongegrond verklaard.