ECLI:NL:RBZWB:2022:7582
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en redelijkheid intrekking bouwvergunning motelaccommodatie uit 1995
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen om hun bouwvergunning uit 1995 voor het verbouwen en uitbreiden van een wegrestaurant met motelaccommodatie in te trekken.
Het college beriep zich op het feit dat de vergunning al ruim 25 jaar niet is benut en dat het bouwplan niet meer zonder wijzigingen kan worden uitgevoerd. Eisers stelden dat zij altijd de intentie hadden gehad om de vergunning te benutten en dat de motelkamers als zelfstandige eenheid functioneren, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot intrekking en dat het in redelijkheid tot dit besluit kon komen. De belangenafweging door het college was zorgvuldig en legitiem, waarbij onder meer het niet tijdig gebruikmaken van de vergunning en gewijzigde bouwkundige omstandigheden een rol speelden.
De rechtbank wees de stelling van eisers dat zij onevenredig in hun bedrijfsbelangen worden geschaad af, mede omdat zij het risico van intrekking hebben aanvaard door 26 jaar niet te bouwen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouwvergunning uit 1995 wordt ongegrond verklaard omdat het college in redelijkheid tot intrekking kon overgaan.