Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
mr. I.M.H. Masselink, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Ter zitting heeft mr. C.D.W. Herrings namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de vorderingen toegelicht. Zij zullen hierna, zoals ook op zitting is gedaan, worden aangeduid als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
ertoe beweegteen actieve gedraging impliceert gericht op het brengen van het kind tot het getuige zijn van seksuele handelingen. Het confronteren van het kind met seksuele handelingen dient voorts plaats te vinden voor “sexual purposes”. In artikel 248d wordt dit geïmplementeerd door opname van het bestanddeel ontuchtig oogmerk.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
18 maanden met aftrek van voorarrest. Zij heeft daarbij rekening gehouden met de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en met de omstandigheid dat het een gedateerde zaak betreft.
12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is.
7.De benadeelde partij
€ 9.000,- billijk.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 1 primair tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 12 maanden;
€ 9.000,-, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 januari 2019 tot aan de dag der voldoening;
mr. J.F.C. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 december 2022.