ECLI:NL:RBZWB:2022:7703
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking WIA-besluiten
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV over de toekenning van een WIA-uitkering. Tijdens de procedure wijzigde het UWV het besluit en trok het uiteindelijk de besluiten in, waarna een IVA-uitkering werd toegekend. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen door de intrekking en toekenning van de IVA-uitkering. Op grond van artikel 8:75a Awb veroordeelde de rechtbank het UWV daarom in de proceskosten van verzoeker. De rechtbank wees een bedrag van €1.897,50 toe, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de door verzoeker gemaakte kosten voor rechtsbijstand.
De kosten van de door verzoeker ingeschakelde deskundigen kwamen niet voor vergoeding in aanmerking omdat deze niet waren onderbouwd. Het griffierecht werd door het UWV rechtstreeks aan verzoeker vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter de Weert op 15 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €1.897,50 na intrekking van de WIA-besluiten en toekenning van een IVA-uitkering.