AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Maatstaf van heffing omzetbelasting bij verkoop auto aan directeur tegen lagere vergoeding
Belanghebbende verkocht een Volvo aan haar directeur/grootaandeelhouder tegen een lage vergoeding van € 2.624 inclusief btw, terwijl de taxatiewaarde € 29.750 bedroeg. De inspecteur stelde dat de maatstaf van heffing de taxatiewaarde moest zijn en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een levering onder bezwarende titel met een rechtstreeks verband tussen vergoeding en prestatie, ondanks de lage vergoeding voortvloeiend uit de aandeelhoudersrelatie. De rechtbank verwierp het standpunt van misbruik van recht omdat de transactie feitelijk de overdracht van de auto betrof en niet kunstmatig was.
Verder oordeelde de rechtbank dat een verkapt dividend niet als tegenprestatie voor de omzetbelasting kan worden aangemerkt vanwege het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen dividenduitkering en prestatie. Het beroep werd gegrond verklaard, leidend tot een teruggaaf van € 4.707 aan omzetbelasting en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat het factuurbedrag de maatstaf van heffing is en beveelt teruggaaf van € 4.707 omzetbelasting.
Voetnoten
3.Artikel 1, aanhef en letter a, Wet op de omzetbelasting 1968.
4.Vgl. HvJ EU 2 juni 2016, Lajvér, C-263/15, ECLI:EU:C:2016:392, punt 49.
7.Vgl. Hof van Justitie EU 22 december 2010, WealdLeasing, C-103/09 , ECLI:EU:C:2010:804, r.o. 39.
8.Vgl. HvJ EU 21 februari 2006, Halifax plc, e.a., C-255/02, ECLI:EU:C:2006:121, punt 73.
9.Vgl HvJ EU 21 februari 2006, Halifax plc, e.a., C-255/02, ECLI:EU:C:2006:121, punt 74 en 75.
11.Vgl. HvJ EU 9 juni 2011, Campsa Estaciones de Servicio, C-285/10, ECLI:EU:C:2011:381, punt 39.
13.Vgl. artikel 2:216, eerste en tweede lid, BW.
14.Vgl. HvJ EU 14 november 2000, Floridienne en Berginvest, ECLI:EU:C:2000:623.