ECLI:NL:RBZWB:2022:7768

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 december 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
AWB- 21_5105
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens toekenning WIA-uitkering

Verzoekster diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het UWV op 12 april 2021 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde het UWV het bezwaar op 29 oktober 2021 ongegrond. Verzoekster stelde daarop beroep in. Op 17 november 2022 wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met terugwerkende kracht tot 5 juni 2021.

Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het UWV stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot proceskostenvergoeding gegrond was en stelde de proceskosten vast op € 2.906,75, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en een medisch deskundige.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman op 19 december 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.906,75 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens toekenning van een WIA-uitkering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Inloopteam Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/5105

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster

(gemachtigde: [naam gemachtigde 1] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [naam gemachtigde 2] ).

Procesverloop

Met het besluit van 12 april 2021 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag van verzoekster om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen.
Met het besluit van 29 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Met het besluit van 17 november 2022 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd, het ingediende bezwaar alsnog gegrond verklaard en aan verzoekster per 5 juni 2021 alsnog een WIA-uitkering toegekend waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 80 tot 100%.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld akkoord te gaan met de veroordeling in de forfaitaire proceskosten die gemaakt zijn in de beroepsprocedure.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten voor rechtsbijstand door een gemachtigde met toepassing van het Bpb vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 759,- met een wegingsfactor 1).
5. Ook komen voor vergoeding in aanmerking de kosten die verzoekster redelijkerwijs heeft moeten maken voor het inschakelen van een medisch deskundige. Verzocht is om vergoeding van de factuur van Expertise Instituut van 23 juni 2022 ter hoogte van € 2.147,75 inclusief btw (€ 1.775,- exclusief btw). De rechtbank acht deze kosten redelijk. Deze kosten komen derhalve voor toewijzing in aanmerking.
6. Het totaalbedrag van de te vergoeden kosten bedraagt daarmee € 2.906,75 (€ 759,- +
€ 2.147,75).
7. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot het UWV moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.906,75.
Deze uitspraak is gedaan op 19 december 2022 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.