Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
€ 2.147,75).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het UWV op 12 april 2021 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde het UWV het bezwaar op 29 oktober 2021 ongegrond. Verzoekster stelde daarop beroep in. Op 17 november 2022 wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met terugwerkende kracht tot 5 juni 2021.
Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het UWV stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot proceskostenvergoeding gegrond was en stelde de proceskosten vast op € 2.906,75, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en een medisch deskundige.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman op 19 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.906,75 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens toekenning van een WIA-uitkering.