ECLI:NL:RBZWB:2022:7773
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en bezwaar tegen aanslag OZB
Belanghebbende is eigenaar van een twee onder een kapwoning die tevens dienstdoet als bedrijfswoning. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2019 vast op €503.000, welke ambtshalve werd verlaagd naar €461.000 na bezwaar. Belanghebbende voerde geen concrete beroepsgronden aan tegen de aanslagen OZB en watersysteemheffing.
De rechtbank behandelde het beroep op 2 december 2022 zonder aanwezigheid van belanghebbende, die correct was uitgenodigd. De taxateur voerde een uitpandige opname uit en baseerde de waardering op vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar waren qua woningtype, uitstraling en KOUDV-factoren. De rechtbank achtte de onderbouwing van de ambtshalve vastgestelde waarde overtuigend.
Belanghebbende bracht onvoldoende aan om de waarde te verlagen. Het bezwaarschrift was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, maar dit leidde niet tot gegrondheid van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de beschikking en de aanslagen ongewijzigd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslagen is ongegrond verklaard en de waarde van €461.000 blijft gehandhaafd.