Eiser, werkzaam als triage audicien, viel in augustus 2017 uit wegens psychische klachten. Het UWV weigerde in juli 2019 een WIA-uitkering toe te kennen, wat door de rechtbank in 2021 werd bevestigd. Na werkloosheid meldde eiser zich in september 2019 opnieuw ziek en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend vanaf december 2019.
In juli 2020 verklaarde het UWV eiser weer geschikt voor zijn eigen werk en beëindigde de ZW-uitkering. Eiser maakte bezwaar tegen deze hersteldverklaring en stelde dat zijn medische situatie niet goed was beoordeeld, onder meer vanwege zijn cluster C persoonlijkheidsstoornis en medicatiegebruik.
De rechtbank oordeelde dat de hersteldverklaring geen besluit is in de zin van de Awb, maar het daaropvolgende besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wel. Het medisch onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige was zorgvuldig en toonde aan dat eiser geschikt is voor functies zoals montagemedewerker en assemblagemedewerker, ondanks zijn beperkingen.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen recht meer heeft op een ZW-uitkering en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.