ECLI:NL:RBZWB:2022:7782
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening persoonsgebonden budget begeleiding
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere over zijn aanspraak op een persoonsgebonden budget voor begeleiding. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, omdat hij met het toegekende budget zijn zorgverlener niet voldoende kon betalen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek. Verzoeker stelde een tekort van €909 per maand te hebben, maar uit de overgelegde bankafschriften bleek dat hij een tegoed van ruim €9.000 had, waarmee hij ongeveer tien maanden het tekort kon overbruggen. Dit maakte dat er op dit moment geen sprake was van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter overwoog tevens dat indien de voorlopige voorziening zou worden toegekend en het bestreden besluit later in stand zou blijven, verzoeker het ontvangen bedrag zou moeten terugbetalen, mogelijk ten koste van zijn banktegoed.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker werd erop gewezen dat hij bij een toekomstige vermindering van zijn banktegoed opnieuw een verzoek kan indienen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.