ECLI:NL:RBZWB:2022:7888
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroepen gegrond wegens niet-tijdig beslissen inspecteur belastingdienst
Belanghebbenden hebben op 20 januari 2022 bezwaren en verzoeken om ambtshalve vermindering ingediend tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2017 tot en met 2020. De inspecteur heeft niet binnen de wettelijke termijnen op deze bezwaren en verzoeken beslist. Hoewel belanghebbenden te vroeg in beroep gingen, verklaart de rechtbank de beroepen ontvankelijk omdat de termijn inmiddels is verstreken en de inspecteur nog steeds geen besluiten heeft genomen.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaren tegen de aanslagen niet-ontvankelijk zijn vanwege het te late indienen van het bezwaar, maar dat de verzoeken om ambtshalve vermindering wel behandeld moeten worden. De inspecteur wordt opgedragen om binnen vier weken na de beslissing over de aanwijzing van een ‘massaal bezwaar plus’-procedure alsnog te beslissen op deze verzoeken, waarbij de beslistermijn kan worden opgeschort indien de aanwijzing van toepassing is.
Daarnaast legt de rechtbank aan de inspecteur een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000 per belanghebbende, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbenden vergoed. De rechtbank neemt zelf de niet-tijdig genomen beslissingen op de bezwaren, waarbij deze worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond wegens niet tijdig beslissen en legt dwangsommen op aan de inspecteur.