Uitspraak
1.De procedure
(hierna: de ISD-maatregel)voor de duur van twee jaren.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene was bij vonnis van 25 juni 2020 veroordeeld tot een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar met een proeftijd van twee jaar, onder diverse voorwaarden gericht op behandeling en begeleiding.
De officier van justitie vorderde op 16 november 2022 de tenuitvoerlegging van deze maatregel wegens overtreding van de voorwaarden en het niet naleven van het hulpverleningstraject. De reclassering en deskundigen gaven aan dat betrokkene de klinische behandeling niet heeft afgerond en geen contact meer onderhoudt met de reclassering.
De verdediging stelde dat betrokkene positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, zoals het betrekken van een eigen woning, het vinden van werk en het starten van bewindvoering, en dat zij bereid is tot hulp mits behoud van autonomie.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de voorwaarden zijn overtreden, de tenuitvoerlegging de positieve ontwikkelingen zou doorkruisen en het doel van de ISD-maatregel momenteel niet wordt gediend. Daarom werd de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen, maar werden de voorwaarden gewijzigd en de proeftijd met een jaar verlengd om toezicht te houden en betrokkene te stimuleren haar positieve traject voort te zetten.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt afgewezen, de voorwaarden worden gewijzigd en de proeftijd verlengd met één jaar.