ECLI:NL:RBZWB:2022:7980
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en maatmanloon in WIA-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene is vastgesteld op 37,13%, na eerdere toekenning van een 100% loongerelateerde WGA-uitkering. De kern van het geschil betreft de juistheid van het arbeidskundig onderzoek en de berekening van het maatmanloon, met name de vraag of een nabetaling van onregelmatigheidstoeslag meegenomen mag worden.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en voldoende onderbouwd is uitgevoerd, waarbij zowel een spreekuur als een telefonische hoorzitting plaatsvonden en medische informatie uit de behandelend sector is betrokken. De stelling van eiseres dat het UWV de beperkingen heeft overschat, wordt niet onderbouwd en daarom verworpen.
Het arbeidskundig onderzoek en de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid zijn eveneens zorgvuldig en adequaat gemotiveerd, waarbij functies passend bij de mate van arbeidsongeschiktheid zijn beoordeeld. De rechtbank volgt het UWV in de uitleg van het Schattingsbesluit en het Dagloonbesluit dat de onregelmatigheidstoeslag, hoewel betrekking hebbend op een andere periode, moet worden meegenomen in het maatmanloon omdat deze binnen de referteperiode is opgegeven door de werkgever.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.