Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2013 wegens een integratielevering van een woon-/zorgcomplex. De kern van het geschil betrof of de waarde van het perceel, waarop het complex is gebouwd, volledig tot de heffingsmaatstaf behoort, mede gelet op eerdere omzetbelasting die door een vorige eigenaar zou zijn betaald.
De rechtbank oordeelde dat de integrale verkrijgingsprijs van het perceel tot de heffingsmaatstaf behoort, tenzij belanghebbende zelf eerder omzetbelasting over het perceel heeft betaald, wat hier niet het geval was. Ook het argument dat eerdere omzetbelasting door een ander zou leiden tot uitsluiting van het perceel in de heffingsmaatstaf werd verworpen. Daarnaast werd geoordeeld dat ook de kosten van overdrachten in de heffingsmaatstaf horen.
Ten aanzien van de belastingrente werd geoordeeld dat het zorgvuldigheidsbeginsel een vermindering van de rente rechtvaardigt. De rechtbank stelde de rente vast op € 14.872, lager dan de oorspronkelijk berekende rente. De proceskosten werden ten laste van de inspecteur gebracht.