In deze zaak heeft de klager een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn rijbewijs, dat was ingevorderd vanwege een verdenking van een zeer ernstige overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. De procedure omvatte het horen van zowel de officier van justitie als de klager door de raadkamer.
Hoewel de overtreding de verkeersveiligheid in hoge mate betrof, heeft de rechtbank geoordeeld dat op basis van de door klager aangevoerde bijzondere omstandigheden niet zonder meer kan worden aangenomen dat herhaling zal plaatsvinden. Hierdoor is de dreiging voor de verkeersveiligheid op dit moment onvoldoende om het rijbewijs langer te behouden.
De rechtbank heeft daarom het klaagschrift gegrond verklaard en gelast dat het ingevorderde rijbewijs aan klager wordt teruggegeven. Deze beslissing werd uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 22 juli 2022.