ECLI:NL:RBZWB:2022:8337

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
22-014387
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 8 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift tegen invordering rijbewijs wegens verkeersveiligheid

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 augustus 2022 uitspraak gedaan in een zaak waarin klager bezwaar maakte tegen de invordering van zijn rijbewijs. Het klaagschrift was gericht op teruggave van het ingevorderde rijbewijs. Tijdens de zitting werden de officier van justitie, de raadsvrouw van klager en klager zelf gehoord.

De rechtbank overwoog dat gezien de ernst van het feit waarvan klager wordt verdacht en zijn strafblad, er een reële kans bestaat dat een onvoorwaardelijke rijontzegging van langere duur zal worden opgelegd dan de huidige invorderingstermijn. De belangen van de verkeersveiligheid wegen daarom zwaarder dan de persoonlijke belangen van klager.

Hoewel klager persoonlijke omstandigheden aanvoerde, waren deze niet voldoende om tot een ander oordeel te komen. Het ongemak door het missen van het rijbewijs werd erkend, maar er was geen bewijs dat dit tot onoverkomelijke bezwaren zou leiden. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard. Klager heeft de mogelijkheid om binnen veertien dagen beroep in cassatie aan te tekenen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen de invordering van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02/156129-22
rk.nummer : 22-014387
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, ingekomen ter griffie op 13 juli 2022 strekkende tot de teruggave van het ingevorderde rijbewijs in de zaak:
[klager]wonende te [woonadres],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. I.M. d'Hont, Michiel de Ruyterstraat 2, 4819 AD Breda

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift;
  • het proces-verbaal van de politie;
  • de beslissing van het Openbaar Ministerie van 23 juni 2022 het rijbewijs niet terug te geven aan klager;
  • het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 22 juli 2022, waaruit blijkt dat de officier van justitie, de raadsvrouw van klager en klager zijn gehoord.

2.De beoordeling

Gelet op de ernst van het feit waarvan de klager wordt verdacht, het strafblad van de klager en ondanks zijn persoonlijke omstandigheden moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de klager een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd, van langere duur dan de tijd dat het rijbewijs thans wordt ingehouden.
De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de verkeersveiligheid thans zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de klager.
De door de klager aangevoerde bijzondere persoonlijke omstandigheden, zijn niet van zodanige aard dat tot een ander oordeel moet worden gekomen.
De rechtbank overweegt daarbij dat het missen van het rijbewijs voor de klager weliswaar ongemak met zich zal brengen, maar dat anderzijds niet is gebleken dat dit voor de klager tot onoverkomelijke bezwaren zal leiden.
Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is op 5 augustus 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2022.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.