ECLI:NL:RBZWB:2022:8338

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
22-014388
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 8 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift teruggave rijbewijs wegens verkeersveiligheid

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de invordering van zijn rijbewijs, strekkende tot teruggave daarvan. De rechtbank heeft het klaagschrift beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal van de politie, de beslissing van het Openbaar Ministerie om het rijbewijs niet terug te geven, en het onderzoek door de raadkamer waarbij klager en de officier van justitie zijn gehoord.

Gelet op de ernst van het feit waarvan klager wordt verdacht en zijn strafblad, acht de rechtbank het waarschijnlijk dat aan klager een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd die langer duurt dan de huidige invordering. De belangen van de verkeersveiligheid wegen daarom zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van klager.

De door klager aangevoerde bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond. Klager kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs blijft ingevorderd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 96/163084-22
rk.nummer : 22-014388
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, ingekomen ter griffie op 8 juli 2022 strekkende tot de teruggave van het ingevorderde rijbewijs in de zaak:
[klager]geboren op [geboortedag] 1975,
wonende te [woonadres],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. S.K. den Hartogh, Prinsegracht 6, 2512 GA Den-Haag

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift;
  • het proces-verbaal van de politie;
  • de beslissing van het Openbaar Ministerie van 1 juli 2022 het rijbewijs niet terug te geven aan klager;
  • het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 22 juli 2022, waaruit blijkt dat de officier van justitie en de gemachtigd raadsvrouw van klager zijn gehoord.

2.De beoordeling

Gelet op de ernst van het feit waarvan de klager wordt verdacht, het strafblad van de klager en ondanks zijn persoonlijke omstandigheden moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de klager een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd, van langere duur dan de tijd dat het rijbewijs thans wordt ingehouden.
De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de verkeersveiligheid thans zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de klager.
De door de klager aangevoerde bijzondere persoonlijke omstandigheden, zijn niet van zodanige aard dat tot een ander oordeel moet worden gekomen.
Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is op 5 augustus 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2022.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.