ECLI:NL:RBZWB:2022:8339

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
22-014595
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 8 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift teruggave rijbewijs wegens verkeersveiligheid

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om zijn rijbewijs niet terug te geven na invordering. De rechtbank heeft het klaagschrift beoordeeld op basis van het proces-verbaal van de politie, de beslissing van het OM en het onderzoek door de raadkamer waarbij klager en zijn raadsman zijn gehoord.

De rechtbank overweegt dat de ernst van het feit waarvoor klager wordt verdacht zodanig is dat een onvoorwaardelijke rijontzegging van langere duur dan de huidige invordering waarschijnlijk is. Hierdoor wegen de belangen van de verkeersveiligheid zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van klager.

Hoewel het missen van het rijbewijs ongemak veroorzaakt, zijn de persoonlijke omstandigheden van klager niet voldoende om tot een andere beslissing te komen. Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond. Klager heeft de mogelijkheid om binnen veertien dagen beroep in cassatie bij de Hoge Raad in te stellen.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen de invordering van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 96/139349-22
rk.nummer : 22-014595
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, ingekomen ter griffie op 7 juli 2022 strekkende tot de teruggave van het ingevorderde rijbewijs in de zaak:
[klager]geboren op [geboortedag] 1993,
wonende te [woonplaats],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. P. van de Kerkhof, Tivolistraat 30, 5017 HR Tilburg

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift;
  • het proces-verbaal van de politie;
  • de beslissing van het Openbaar Ministerie van 7 juni 2022 het rijbewijs niet terug te geven aan klager;
  • het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 22 juli 2022, waaruit blijkt dat de officier van justitie en de gemachtigd raadsman van klager zijn gehoord.

2.De beoordeling

Gelet op de ernst van het feit waarvan de klager wordt verdacht en ondanks zijn persoonlijke omstandigheden moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de klager een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd, van langere duur dan de tijd dat het rijbewijs thans wordt ingehouden.
De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de verkeersveiligheid thans zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de klager.
De door de klager aangevoerde bijzondere persoonlijke omstandigheden, zijn niet van zodanige aard dat tot een ander oordeel moet worden gekomen.
De rechtbank overweegt daarbij dat het missen van het rijbewijs voor de klager weliswaar ongemak met zich zal brengen, maar dat anderzijds niet is gebleken dat dit voor de klager tot onoverkomelijke bezwaren zal leiden.
Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is op 5 augustus 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2022.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.