ECLI:NL:RBZWB:2022:8356
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeelde wegens oplichting ongegrond verklaard
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname en verwerking van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA, stellende dat dit niet van belang zou zijn voor opsporing en vervolging vanwege de aard van het misdrijf en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder psychische klachten.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld en vastgesteld dat het misdrijf, oplichting met gebruik van DigiD, voldoet aan de criteria voor DNA-afname. DNA-onderzoek kan bijdragen aan opsporing en vervolging, vooral omdat bij het plegen van het feit hardware is gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat de door de veroordeelde aangevoerde uitzonderingssituatie niet aannemelijk is. Psychische problematiek vormt geen reden om het bezwaar gegrond te verklaren. Ook de inbreuk op het recht op privacy is gerechtvaardigd volgens artikel 8 EVRM Pro, gezien de wettelijke waarborgen en het legitieme doel van de Wet DNA.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en bevestigt het bevel tot DNA-afname. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.