ECLI:NL:RBZWB:2022:841

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
02/290049-21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 5 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing en heropening onderzoek wegens mogelijke onbekendheid verdachte met zitting

Op 8 februari 2022 werd de zaak tegen verdachte inhoudelijk behandeld, waarbij verdachte verstek liet gaan. Tegen haar zijn twee feiten ten laste gelegd: het veroorzaken van een verkeersongeval door roekeloos rijgedrag en het rijden onder invloed met een alcoholpromillage van 0,89.

Tijdens de beraadslaging bleek dat verdachte mogelijk niet op de hoogte was van de zitting omdat de dagvaarding alleen naar haar laatst bekende adres was verzonden, terwijl zij mogelijk op een ander adres verbleef. Dit andere adres, tevens haar feitelijke verblijfplaats en bedrijfslocatie, was niet gebruikt voor betekening. Hierdoor is verdachte niet verschenen, noch heeft zij zich laten verdedigen.

De rechtbank concludeert dat het onderzoek ter terechtzitting onvolledig is geweest en heropent en schorst het onderzoek. Verdachte krijgt de gelegenheid om zich te verdedigen bij een nieuwe zittingsdatum. Tevens wordt de benadeelde partij geïnformeerd over de hervatting van de procedure.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst vanwege mogelijke onbekendheid van verdachte met de zitting, zodat zij zich kan verdedigen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/290049-21
vonnis van de meervoudige kamer van 22 februari 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats]
wonende te [adres 1]

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 februari 2022. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie, mr. C. de Pagter, heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
feit 1:
zij op of omstreeks 4 april 2021 te Goirle, in elk geval in Nederland, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto
type Ssangyong Rexton), daarmede rijdende over de weg, het Nieuwkerksbaantje
en/of de Nieuwkerk,
zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,
onvoorzichtig en/of onoplettend,
met haar voertuig (op de rechte weg) in een slip te geraken/is gaan slingeren en/of
het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle te
houden, althans de macht over het stuur van haar voertuig te verliezen, waarbij zij,
verdachte, met haar voertuig van de weg is geraakt en door/in de berm en/of een
droogstaande sloot is gereden/terecht is gekomen en/of vervolgens meermalen,
althans éénmaal, in botsing en/of in aanraking is gekomen met (een) zich aldaar
bo(o)m(en),
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een
gebroken bovenbeen en/of een gebroken pols,
of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of
verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,
terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van
de Wegenverkeerswet 1994;
( art 163 lid 2 Wegenverkeerswet Pro 1994, art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, art 8 lid Pro 1
Wegenverkeerswet 1994, art 8 lid 2 ahf Pro/ond a Wegenverkeerswet 1994, art 8 lid Pro 2
ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994 )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 4 april 2021 te Goirle als bestuurder van een voertuig (voertuig),
daarmee rijdende op de weg, het Nieuwkerksbaantje en/of de Nieuwkerk, na het
gebruik van alcoholhoudende drank
met haar voertuig (op de rechte weg) in een slip is geraakt en/of is gaan slingeren
en/of het door haar, verdachte, bestuurde voertuig niet voortdurend onder controle
heeft gehouden, althans de macht over het stuur heeft verloren, waarbij zij,
verdachte, met haar voertuig van de weg is geraakt door/in de berm en/of een
droogstaande sloot is gereden/terecht is gekomen en/of vervolgens meermalen,
althans éénmaal, in botsing en/of in aanraking is gekomen met (een) zich aldaar
bo(o)m(en),
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
( art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
feit 2:zij op of omstreeks 4 april 2021 te Goirle, als bestuurder van een motorrijtuig,
(personenauto type Ssangyong Rexton), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig
gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in haar bloed bij een
onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de
Wegenverkeerswet 1994, 0,89 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram,
alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.
( art 8 lid 2 ahf Pro/ond b Wegenverkeerswet 1994 )

3.De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest en wel vanwege het volgende.
Blijkens de Informatiestaat Strafrechtketendatabank (SKDB) is het laatst opgegeven woon-of verblijfadres van verdachte: [adres 1] . De dagvaarding is naar dit adres verzonden.
De voorzitter heeft ter voorbereiding op de behandeling van de zaak ter zitting, gegoogeld op het adres van verdachte. Vervolgens verscheen een kaartje van google maps, waarop bovenin ‘ [omschrijving] ’ zichtbaar is. Deze [bedrijf] heeft als adres [adres 2] . Uit de verklaring van de benadeelde [slachtoffer] bij de politie volgt dat verdachte een [bedrijf] heeft. Dit heeft de voorzitter ook ter zitting meegedeeld.
[slachtoffer] heeft ter zitting opgemerkt dat op dit adres in [adres 2] daadwerkelijk de [bedrijf] van verdachte is gevestigd en dat dit ook het feitelijke verblijfadres van verdachte zou zijn.
De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding niet (ook) is betekend op dit adres. De officier van justitie heeft ter zitting naar voren gebracht dat haar geen ander adres van verdachte bekend is.
Nu niet kan worden uitgesloten dat verdachte buiten haar schuld onbekend is gebleven met het feit dat tegen haar een zaak ter terechtzitting aanhangig is gemaakt, zij of een (gemachtigde) advocaat niet ter zitting is verschenen, het woord ter verdediging niet is gevoerd en verdachte daardoor mogelijk in haar verdediging is benadeeld, is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek ter terechtzitting onvolledig is geweest en ziet zij aanleiding om het onderzoek ter terechtzitting te heropenen en te schorsen tot een andere zittingsdatum. Zo wordt verdachte in elk geval in de gelegenheid gesteld het woord ter verdediging te voeren. In dit licht heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte niet bij de politie is gehoord. Zij heeft slechts uit eigener beweging een korte schriftelijke getuigenverklaring aan de politie overhandigd.

4.De beslissing

De rechtbank:
- heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;
- beveelt de oproeping van verdachte tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat op de volgende adressen:
* [adres 1] );
* [adres 2] ;
- beveelt dat de benadeelde partij van dat tijdstip in kennis wordt gesteld.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. D.S.G. Froger en mr. M.H.M. Collombon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C.M. Roebroeks, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 februari 2022.
Mr. Froger is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.