ECLI:NL:RBZWB:2022:8472
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Thielen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding en ontruiming huurovereenkomst wegens onvoldoende onderbouwing overlast
De huurder [gedaagde] huurt sinds januari 2020 een woning in een beschermde woonvorm van [eiseres]. [eiseres] vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand en vermeende overlast. De huurder was tot januari 2022 onder bewind, waarna zij de huurbetalingen deels niet heeft voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de huurachterstand over februari tot en met mei 2022 € 2.129,20 bedraagt, maar dat de huurder na dagvaarding betalingen heeft gedaan waardoor de achterstand is teruggebracht tot € 199,58. De stelling van overlast is onvoldoende onderbouwd; er is geen actueel bewijs van overlast of nadere onderbouwing van klachten. Bovendien is niet gebleken dat de verhuurder zich heeft ingespannen om spanningen binnen het zorgcomplex te verminderen.
Gelet op het woonbelang van de huurder en de omstandigheden acht de rechtbank ontbinding en ontruiming niet gerechtvaardigd. De gevorderde servicekosten zijn niet toegewezen wegens gebrek aan bewijs van opeisbaarheid. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de huurder een 14-dagenbrief heeft ontvangen. De rechtbank veroordeelt de huurder tot betaling van € 206,40 inclusief wettelijke rente en wijst de overige vorderingen af.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 206,40 inclusief rente.