ECLI:NL:RBZWB:2022:8475
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van der Lende-Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Relatiebeding strekt niet tot verbod op dienstverband bij concurrerende onderneming; loonvordering toegewezen
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever actief in goederenvervoer en een voormalige werknemer die na beëindiging van zijn dienstverband bij een gelieerd bedrijf in België is gaan werken. De werkgever vordert betaling van een contractuele boete wegens vermeende overtreding van een relatiebeding in de arbeidsovereenkomst.
Het relatiebeding verbiedt de werknemer gedurende 60 maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst zakelijke contacten met relaties van de werkgever aan te gaan of te onderhouden. De werkgever stelt dat de werknemer door indiensttreding bij een gelieerd bedrijf een relatiebeding heeft overtreden en vordert een boete.
De rechtbank stelt vast dat het relatiebeding niet ziet op het aangaan van een dienstverband bij een concurrerende onderneming, maar op het onderhouden van zakelijke contacten met relaties. De stelling van de werkgever dat het aangaan van een arbeidsovereenkomst onder het relatiebeding valt, wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs en de aard van het beding.
Daarnaast vordert de werknemer in reconventie betaling van achterstallig loon over oktober 2021 met vakantietoeslag en vakantiedagen, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. De werkgever heeft dit loon niet betaald en kan verrekening met een boete niet toepassen omdat de boetevordering wordt afgewezen. De loonvordering wordt daarom toegewezen met een gematigde wettelijke verhoging van 25% en rente vanaf dagvaarding.
De rechtbank wijst de boetevordering af en veroordeelt de werkgever tot betaling van het loon met toeslagen en rente, waarbij beide partijen in hun proceskosten worden veroordeeld.
Uitkomst: Boetevordering afgewezen; loonvordering met wettelijke verhoging en rente toegewezen.