ECLI:NL:RBZWB:2022:888
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing omgevingsvergunning antennemast ondanks strijd bestemmingsplan en welstandseisen
Derde partij vroeg in 2017 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een antennemast van 20 meter hoog op een perceel met bestemming wonen. Het college weigerde aanvankelijk de vergunning, maar verleende deze uiteindelijk in 2020 na een eerdere vernietiging door de rechtbank.
Eisers, omwonenden met zicht op de mast, stelden beroep in tegen het verleningsbesluit en voerden aan dat de mast strijdig is met het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand, en dat het gebruik te ruim is begrensd. Zij voerden tevens aan dat het woon- en leefklimaat wordt aangetast en dat er geen maatschappelijk draagvlak is.
De rechtbank oordeelde dat de strijd met het bestemmingsplan en de welstandseisen door artikel 10 EVRM Pro kan worden opgeheven indien de inmenging in de vrijheid van meningsuiting niet onevenredig bezwarend is. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat de vergunning met voorschriften (maximale hoogte in ingeschoven toestand, gebruiksduur en logboek) niet onevenredig bezwarend is.
De rechtbank nam mee dat de mast deels door bomen wordt afgeschermd en dat een minimale hoogte van 20 meter voor uitzending noodzakelijk is. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van omwonenden ongegrond en bevestigt de verlening van de omgevingsvergunning voor de antennemast.