ECLI:NL:RBZWB:2022:963
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geheimhouding van stukken in belastingrechtelijke procedure over dividendbelasting
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 februari 2022 een verzoek van de inspecteur van de Belastingdienst om geheimhouding van diverse stukken in een belastingrechtelijke procedure over dividendbelasting. De stukken betroffen onder meer geschoonde versies van bijlagen, memo's en interne verslagen.
De geheimhoudingskamer besloot af te zien van een zitting, omdat de schriftelijke stukken voldoende waren voor beoordeling. De kernvraag was of het belang van de inspecteur bij geheimhouding zwaarder woog dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming van de stukken.
De kamer oordeelde dat de geschoonde bijlagen en interne verslagen vertrouwelijke juridische beraadslagingen bevatten, waardoor geheimhouding gerechtvaardigd was. Voor het memo over dividendstripping werd geheimhouding alleen toegewezen voor specifieke passages, omdat andere delen feitelijke informatie en standpunten van belanghebbende bevatten die niet voldoende waren onderbouwd voor geheimhouding.
Ook werd het belang van bescherming van persoonsgegevens in het kennisgroepstandpunt Dividendbelasting erkend, wat tot geheimhouding van die gegevens leidde. De inspecteur werd in de gelegenheid gesteld om binnen een week na verzending van de beslissing te reageren op de consequenties van deze uitspraak. De beslissing werd openbaar gemaakt en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van diverse stukken wordt deels toegewezen en deels afgewezen.