ECLI:NL:RBZWB:2023:1112
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 6 juli 2021 waarin een WIA-uitkering werd geweigerd per 6 april 2020. Het UWV heeft bij besluit van 7 oktober 2022 aangegeven het bestreden besluit niet te handhaven en erkende dat verzoeker recht heeft op de WIA-uitkering vanaf genoemde datum.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft niet gereageerd op dit verzoek. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb de behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen en veroordeelt het UWV in de proceskosten voor de beroepsfase, vastgesteld op € 1.682,-. Omdat het UWV reeds de proceskosten van de bezwaarfase heeft vergoed, blijft een bedrag van € 841,- verschuldigd. Daarnaast dient het UWV het griffierecht van € 49,- te vergoeden, waarvoor geen veroordeling nodig is.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 16 februari 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 841,- na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.