Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 16 februari 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 25 februari 2021 geen WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van slechts 6,21%.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek en de rapportages van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig beoordeeld. De medische beperkingen van eiseres, waaronder psychische klachten en fysieke aandoeningen, zijn vastgesteld en vertaald in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen nader toegelicht en aangepast waar nodig.
Eiseres heeft aangevoerd dat er onterecht geen urenbeperking en beperkingen voor toetsenbord- en muisgebruik zijn aangenomen, maar de rechtbank acht het medisch onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen.
De arbeidsdeskundige heeft functies geselecteerd die passen bij de beperkingen van eiseres en de mate van arbeidsongeschiktheid berekend. De rechtbank volgt het UWV in de conclusie dat de mate van arbeidsongeschiktheid 6,21% bedraagt, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd.