ECLI:NL:RBZWB:2023:1213
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen last onder bestuursdwang sluiting loods en container wegens overtreding Opiumwet
Eiser was eigenaar van een perceel met een loods en container die door de politie werden doorzocht op verdenking van overtreding van de Opiumwet. De burgemeester legde daarop een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de loods en container voor zes maanden. Eiser stelde dat hij geen betrokkenheid had bij criminele activiteiten en betwistte de bevindingen van de politie. Tevens voerde hij aan dat de sluiting zijn eer en goede naam aantastte en schade veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel procesbelang had vanwege de aantasting van zijn reputatie en mogelijke schade, en dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen. De rechtbank vond dat de politierapportages voldoende bewijs bevatten van een cocaïnewasserij in de loods en container, ondanks het ontbreken van machines, en dat de aanwezigheid van chemicaliën en cocaïnesporen dit bevestigde. De stellingen van eiser waren onvoldoende onderbouwd om twijfel te zaaien.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester zijn beleidsruimte niet onredelijk had benut en dat de sluiting proportioneel was gezien de professionele inrichting van de ruimte en de aard van de overtreding. Eiser had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een mildere maatregel rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het besluit bleef in stand, en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder bestuursdwang tot sluiting van de loods en container wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.