Eiser, burger van een met de EU gelijkgestelde staat, vroeg verlenging van studiefinanciering aan op grond van zijn werkzaamheden tijdens een stage in Nederland. DUO wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de nationaliteitseis en niet als migrerend werknemer werd beschouwd. De rechtbank beoordeelde of eiser reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte zoals vereist voor de status van migrerend werknemer.
De rechtbank stelde vast dat de stageovereenkomst vooral gericht was op het leerdoel en niet op het verrichten van reële arbeid. Nadere stukken, zoals een vacaturetekst en een verklaring van de stagebegeleider, waren onvoldoende concreet om te concluderen dat sprake was van daadwerkelijke arbeid. Ook de beperkte duur van de stage en de geringe toelichting op werkzaamheden speelden mee.
Subsidiair stelde eiser aanspraak te maken op studiefinanciering als economisch niet-actieve EU-burger, maar de rechtbank volgde de jurisprudentie dat hiervoor een vijfjarige verblijfsduur vereist is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vergoeding van proceskosten af.