ECLI:NL:RBZWB:2023:1347
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aanvullende beurs wegens onjuiste inkomensvaststelling en wisselkoers
Eiser verzocht om een aanvullende beurs voor de periode maart tot en met september 2021, waarbij DUO het recht op aanvullende beurs voor deze periode vaststelde op nul euro. Eiser stelde dat de omzetting van het inkomen van zijn ouders uit Argentijnse peso naar euro onjuist was, mede door de gebruikte wisselkoers en het feit dat de ouders niet in Nederland belastingplichtig zijn. Daarnaast deed eiser een beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingsinkomen van de ouders niet kon worden vastgesteld via de Inspecteur, omdat zij geen inkomen in Nederland genoten. DUO heeft daarom het bruto-inkomen in Argentijnse peso's omgerekend naar euro's met de wisselkoers van 2019, conform het beleid en de wettelijke bepalingen. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat de wisselkoers van 2021 gebruikt moest worden, omdat het peiljaar bepalend is voor de omzetting.
Verder wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af, omdat het toetsingsinkomen expliciet is uitgezonderd van deze clausule. De rechtbank benadrukte dat het beleid van DUO buitenwettelijk begunstigend is en dat toetsing aan dit beleid terughoudend plaatsvindt. Tot slot wees de rechtbank erop dat als het niet in Nederland belastbaar inkomen alsnog door de Inspecteur wordt vastgesteld, de aanspraken op aanvullende beurs opnieuw kunnen worden berekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van DUO is ongegrond verklaard en de aanvullende beurs blijft op nul euro vastgesteld.