Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Beoordeling door de rechtbank
3.Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 tot een naheffingsaanslag berekend over een loon van € 60.000, en vermindert de daarbij behorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 tot een naheffingsaanslag berekend over een loon van € 60.000, en vermindert de daarbij behorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 tot een naheffingsaanslag berekend over een loon van € 60.000, en vermindert de daarbij behorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 tot een naheffingsaanslag berekend over een loon van € 60.000, en vermindert de daarbij behorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 tot een naheffingsaanslag berekend over een loon van € 39.840, en vermindert de daarbij behorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de bij de voornoemde naheffingsaanslagen opgelegde vergrijpboetes;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 360 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 2.511 aan proceskosten aan belanghebbende.