ECLI:NL:RBZWB:2023:1462
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslagen forensenbelasting 2017-2019 en hoofdverblijf belanghebbende
De heffingsambtenaar van de gemeente Vlissingen legde aan belanghebbende aanslagen forensenbelasting op voor de jaren 2017, 2018 en 2019. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen en stelde dat zij niet belastingplichtig was omdat haar hoofdverblijf in die jaren in de gemeente [plaats 2] lag, waar zij ook ingeschreven stond in de Basisregistratie Personen (BRP).
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar op goede gronden de aanslagen had opgelegd. De forensenbelasting is bedoeld voor personen die veel in een gemeente verblijven zonder er hoofdverblijf te hebben. De bewijslast rust in beginsel op de heffingsambtenaar, maar gezien de aard van het bewijs rust de last om aannemelijk te maken dat het hoofdverblijf elders was op belanghebbende.
Belanghebbende overlegde diverse bewijsstukken, zoals inschrijving in de BRP, huur van badcabine en bonnetjes, maar deze waren te summier en onvoldoende concreet om het middelpunt van haar leven in [plaats 2] aan te tonen. Ook haar lage water- en energieverbruik in de woning en medische behandelingen elders spraken tegen haar stelling. De rechtbank concludeerde dat de aanslagen terecht waren opgelegd en verklaarde de beroepen ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen forensenbelasting 2017-2019 worden ongegrond verklaard.